Grenscontrole: tips & tricks


Grenscontrole: tips & tricks

Je dochter die er op je nieuwe fiets vandoor is, je partner die je ongevraagd alle ellende van zijn werkdag bij je dumpt, een afspraak die vijf minuten van tevoren wordt verplaatst en waarop je jezelf ‘prima!’ hoort zeggen. Allemaal voorbeelden van grensoverschrijdingen. Maar hoe doe je dat, grenzen stellen?

door Francisca Kramer


Tips voor beter grensbeleid

  1. Zelfbewustzijn Denk na over je eigen behoeften, waarden en grenzen. Waardoor voel jij je comfortabel of juist niet? Voel je ongemak, spanning of irritatie bij een vraag of actie van een ander: vertraag. Reageer niet direct, maar wacht even en zeg dat je er later op terugkomt.
  2. Openheid Wees duidelijk over je grenzen op een rustige en respectvolle manier. Spreek eerlijk je gevoelens en behoeften uit (zie ook ‘Zo voer je een goed grensgesprek’ verderop in dit artikel).
  3. Specifiek Definieer duidelijk welk gedrag jij wel of niet acceptabel vindt. Gebruik specifieke voorbeelden.
  4. Luister Geef de ander de kans om zijn of haar gedachten en gevoelens over jouw grenzen te uiten. Bedenk daarbij ook dat de emoties van de ander niet jouw verantwoordelijkheid zijn.
  5. Houd het kort Veel ‘aangepaste kinderen’ doen aan over-explaining, wat het nodeloos ingewikkeld maakt. Je hoeft niet alles uit en treure uit te leggen. Een ‘helaas, dat lukt me niet’ volstaat.
  6. Erken en respecteer ook de grenzen van de ander. Gezonde grenzen werken beide kanten op.
  7. Vraag steun. Lukt het je (nog) niet of ervaar je veel stress bij het idee dat je een ‘grensgesprek’ gaat voeren, ga dan op zoek naar hulp, bijvoorbeeld bij een psycholoog. Ik voer met mijn cliënten vaak rollenspellen om dit soort gesprekken te oefenen.


Zo voer je een goed grensgesprek

Een zacht begin is een van de belangrijkste sleutels tot een goed gesprek, want de meeste gesprekken eindigen zoals ze beginnen. De zogeheten soft start-up, samen met de zogenaamde x-y-z-formule (zie hieronder), werkt hiervoor als een trein.
Stel dat je partner voor de zoveelste keer ongevraagd alle ellende van zijn werkdag bij je dumpt, terwijl jij juist even rustig wil landen thuis met een muziekje, een wijntje, whatever. Een soft start-up zou er dan als volgt uit kunnen zien: “Lieverd, ik zie dat je een rotdag hebt gehad en ik merk dat het je hoog zit. Toch zou ik zelf graag even rustig willen thuiskomen. Ik heb zin om even te douchen, en daarna lekker te gaan koken. Zullen we het er na het eten over hebben?” Door het zachte begin is de kans groot dat de ander ja zegt, én dat hij of zij zich gezien en gehoord voelt. Begin je hard, dan drijf je de ander direct in de verdediging en wordt de kans op ontsporing groter.

Daarna pas je de x-y-z-formule toe:

X = jouw gevoel

Y = de situatie waardoor dit gevoel is ontstaan

Z = wat je van de ander nodig hebt

Uitwerking:
“Zeg liefje, ik weet dat je het hartstikke druk hebt op je werk en ook veel aan je hoofd hebt met dat gedoe met je compagnon, maar toch zou ik graag even willen praten over hoe het hier thuis gaat, zou dat kunnen? (Soft start-up). Ik heb het ook best druk nu, en ik raak gestrest als ik bij thuiskomst meteen overvallen wordt met jouw problemen (X). Dat gebeurt de laatste tijd best vaak, en soms doe ik dan een beetje kortaf tegen je, maar dat is niet omdat ik niet zie hoe hoog het je zit op je werk. (Y) Wat ik van jou nodig heb is dat we het gesprek over de werkstress even parkeren, en eerst even rustig samen een wijntje drinken. Dat zou ik erg fijn vinden. (Z)”

.